Food

Gezocht: briljante bakker (m/v)

NCRV-verslaggeefster Emmi van den Boom houdt van bakken. Daarom besloot zij mee te doen aan de voorrondes van Heel Holland bakt. Ze laat ons meegenieten door een persoonlijk verslag te schrijven én het recept van haar Zweedse kaneelbroodjes prijs te geven.

“Twee citroenen alstublieft,” zeg ik tegen de groenteboer. De man kijkt me aan en trekt zijn wenkbrauwen op. Hij stopt de citroenen in een papieren zak en legt ze op de toonbank. Hij knikt, ik knik terug. Het is de derde keer vandaag dat ik in zijn winkel sta. Opnieuw voor citroenen. Ik pak de zak van de toonbank, haal m’n fiets van het slot en sjees naar huis. Daar begin ik opnieuw citroenen te wassen, raspen en persen. “Nu gaat die lemon curd lukken!”, spreek ik mezelf toe. Het is al 14.30 uur. In een aflevering van Heel Holland bakt zou de tijd allang voorbij zijn!
Begin dit jaar stond er op internet een oproep: ‘Bent u een ster in het bakken van taarten, broden en andere baksels? Durft u het aan om uw keukenvaardigheden te meten met anderen? Geef u dan op!’ Heel Holland bakt is de Nederlandse versie van het Engelse programma The great British bake off . Hierin strijden tien deelnemers in een afvalrace van acht afleveringen om de eervolle titel van beste amateurbakker van het land. Vorig jaar keken ruim 7,2 miljoen mensen naar de finale van het derde seizoen. Hiermee was het ’t best bekeken BBC2-programma van de afgelopen zes jaar. Niet gek dus, dat de formule inmiddels aan meer dan tien landen is verkocht en in Nederland presentatrice Martine Bijl samen met juryleden meesterpatissier Robèrt van Beckhoven en kookboekenschrijfster Janny van der Heijden op zoek gaat naar ’s lands beste baktalent.
Nu heb ik nooit beweerd dat ik de allerlekkerste taarten bak; maar bakken is mijn uitlaatklep, of ik nu boos, verdrietig of gestrest ben. En zien hoe iemand geniet van iets dat ik gebakken heb, daar word ik gelukkig van. Bakken hoort bij mij, daarom kan ik niet anders dan mij opgeven voor de strijd. En zo beland ik tien dagen later opnieuw bij die groenteboer. Want eind februari wordt één van de drie castingdagen georganiseerd en moet iedereen twee baksels meenemen: een appeltaart en een vrije opdracht.

Saffraancake
Voor die vrije opdracht maak ik een opgerolde saffraancake met citroenslagroomvulling. Omdat de jury in het programma niet alleen beoordeelt op smaak, maar ook op techniek, moeilijkheidsgraad en uiterlijk, besluit ik zelf de benodigde lemon curd te maken. Dit is een soort citroenvla met veel eieren erin en de kunst is om het niet te laten schiften tijdens het koken. En daar gaat het mis. Na drie pogingen staan er drie bakjes: één is perfect, maar te weinig voor het recept. De tweede zit vol witte eistukjes en de derde is net gered van het schiften, maar daarom te kort gekookt. Ik twijfel of het goed genoeg is. Maar inmiddels is het al 15.15 uur dus doe ik het met dat wat ik heb.

Plan B
De mixer zoemt en klopt de slagroom stijf met de curd. Ik vul de cake die al uren klaar ligt en rol ‘m op. Voorzichtig snijd ik een stukje af om te proeven. Dan verdwijnt – heel even – de grond onder mijn voeten. “Dit is helemaal niet lekker!”, roep ik tegen mezelf. De zenuwen gieren door m’n keel en tranen prikken in mijn ogen. Ik kijk op de klok, 15.50 uur, en binnen vijf seconden neem ik ‘n beslissing. Ik stap op de fiets en race naar de supermarkt. Plan B: koffiebroodjes (zie het recept op de volgende pagina)!
Vier uur later zit ik met nog warme koffiebroodjes en appeltaart in de hal van het castingbureau. Een jonge vrouw komt door een zware, zwarte deur en lacht. “Ben je er klaar voor?”, zegt ze. Met mijn baksels in de hand loop ik achter haar aan de kale, grote ruimte in. Het doet denken aan Idols: twee jonge bakkers zitten achter een lange tafel, aan de zijkant staat een kleine handcamera te filmen. Ik zet mijn baksels op tafel en neem plaats tegenover hen. “Ow, koffiebroodjes…”, merkt één van de twee bakkers op. Mijn handen zijn klam. “Eerst de appeltaart.”
Met een groot mes snijdt de ene bakker twee stukken uit de taart. Ze keuren het baksel net zo uitgebreid als de jury in het programma doet: ze controleren de bodem, ruiken, bekijken de bodem opnieuw en ontleden ‘m daarna volledig. Elk laagje proeven ze apart. “Goed gebakken, de bodem is knapperig, het ziet er leuk uit, alleen hadden er meer appels in gemogen,” is het korte commentaar. Dan pakken ze een koffiebroodje en scheuren ‘m open. Ze drukken de binnenkant in, ruiken, voelen ‘t deeg en ruiken opnieuw. Ik slik. Dan proeven ze en glimlachen: “Dit is echt heel lekker! Dit is goed gerezen en gebakken, dat ruik en voel je. Wij weten genoeg.”
Binnen tien minuten sta ik weer buiten. Tijd om na te denken is er niet, want vrijwel direct moet ik door naar een tweede ruimte waar drie mensen van het bureau alles willen weten over hoe vaak ik bak, hoe ik in de keuken ben en of ik denk dat ik de strijd aan kan. Om 22.30 ben ik weer thuis en kapot. “Dit twee maanden lang… ik weet het niet,” mompel ik. Maar het was wel heel leuk!
Twee weken later gaat de telefoon: ‘Anoniem’ staat in het scherm. Mijn hart maakt ‘n sprongetje en ik neem op. “Helaas…”, ik weet genoeg. Jammer. Maar als ik de eerste beelden zie, ben ik opgelucht. Wat een stress, denk ik terwijl ik op de bank zie hoe Robèrt en Janny de spectaculaire Koningscakes keuren. “Best leuk hoor zo’n bakwedstrijd,” zeg ik tegen ’n vriendin terwijl ik een hap neem van mijn inmiddels geperfectioneerde safraancake, “maar vooral om vanaf de bank naar te kijken!”

Recept:
Zweedse kaneelbroodjes (voor ca. 45 stuks)
Oventemperatuur: elek. 250°C/hete lucht: 225°C

Voor het deeg:
150 gr boter
5 dl melk
50 gr verse gist
½ tlp zout
1 – 1 ½ dl suiker
2 tlp gemalen kardemom
1,3 liter bloem

Vulling:
75-100 gr boter
1 dl suiker
2 tlp kaneel
1 ei
suiker

Zo doe je het:
Smelt de boter en voeg de melk toe. Verwarm tot ongeveer 37°C. Verkruimel het gist in een mengkom en voeg een beetje van het botermengsel toe. Laat het oplossen. Voeg de rest van het botermengsel toe samen met zout, suiker, kardemom en ongeveer 2/3 van de bloem. Kneed goed samen tot een bal. Voeg nog wat van het bloem toe, maar bewaar ongeveer 1-2 dl voor het uitrollen. Kneed totdat het deeg niet meer aan de mengkom plakt. Vorm een bal en strooi er wat meel over, bedek met een theedoek en laat het rusten totdat het deeg twee keer zo groot is.
Verwarm de oven.
Kneed het deeg nog een paar minuten in de kom en kieper het daarna op een met meel bestoven werkbank. Kneed de rest van het meel in het deeg totdat het niet meer plakt, maar gebruik niet meer meel dan nodig! Deel het deeg in tweeën. Rol het uit tot een vierkant van ongeveer 1 cm dik. Bestrijk het met boter, suiker en kaneel. Rol het op als een pannenkoek en snijd het in stukjes van ongeveer 2 cm. Leg deze horizontaal op een met bakpapier geklede ovenplaat. Laat ze nogmaals onder een theedoek rijzen tot dubbele grootte. Bestrijk met losgeklopt ei en suiker. Bak voor ong. 8-10 minuten.

Gepubliceerd in de NCRV-gids, 2013.